12 april 2015 Het Dorpskerkorgel: een groot blaasinstrument

150412_concert
Foto De Schakel / Jos Wesdijk
Met haar ruim 1200 pijpen was het Dorpskerkorgel in het koffieconcert van zondag 12 april een ideale sparringpartner voor Pieter de Mast, die een aantal malen wees op de nauwe band tussen een pijporgel en de door hem bespeelde sopraansax en (alt) dwarsfluit.
Met Sebastiaan van Delft aan de klavieren kwam een boeiend programma tot klinken met allereerst klassieke werken van o.a. Händel, Rheinberger en Alain. Nadat beide musici een solo hadden gespeeld van resp. Sweelinck (Psalm 116) en Debussy (Syrinx), volgden een aantal stukken waarin Pieter de Mast zijn instrumenten vanuit wisselende posities t.o.v. het publiek liet horen. Met name in een Bicinium van Rhau (1488-1548) zorgde dit voor verrassend (deels geïmproviseerd) samenspel, waarin vele klankkleuren van het orgel de revue passeerden. Improvisatie bleef een sleutelwoord: veel uitgeschreven noten klonken, maar met ruimte voor het “improvisus= onvoorziene”. Het was een genoegen te merken hoe beide musici op dit punt niet alleen op elkaar zijn ingespeeld, maar ook zelf verrast werden door het klinkend resultaat op deze dag en in deze ruimte.
De aanwezigen lieten met een hartelijk applaus horen dat zij het gebodene wisten te waarderen.